Bart S- vorm & materiaal

Bart Slegers speelt met begrippen als binnen en buiten, begrenzing en omsluiting, eenheid en verscheidenheid. Zelf zegt hij daarover: “Ik probeer de gelaagdheid van de werkelijkheid zoals wij die ervaren te benadrukken. Ik wil de raadselachtigheid van de werkelijkheid tastbaar maken”.

Hoe vormen beeldelementen een sculptuur?

b

  • Het werk op de hoek Kempenbaan / De Run is opgebouwd uit cortenstaal. Een metaallegering, waarvan de roestkleurige kleur het meest typische kenmerk is. Het is dus de bedoeling dat het kunstwerk er zo roestig uitziet!
  • Het relatief sterke material laat het toe om de massa tot een minimum te beperken.
  • Het kunstwerk is geconstrueerd uit min of meer identieke onderdelen. Redundantie = herhaling van hetzelfde.
  • Een geometrische compositie. Het werk is sterk lineair. Heeft een krachtige rechthoekige contour. Het donkere van het cortenstaal gaat verbinding aan met het blauwgrijze van de lucht. Dit contrast maakt het werk (af)tastbaar.
  • Het werk oogt niet massief omdat het is opgebouwd uit opengewerkte verticale, 13 meter hoge profielen. In totaal vier hoge profielschermen. Optisch gezien zijn het twee eenheden die in schakeling met elkaar verbonden zijn. Iedere eenheid is opgebouwd uit twee rasterschermen die als het ware met elkaar verklonken zijn. Opliggend, maar dit is schijn, want van opzij kijkend zie je dat er ruimte tussen de delen zit. Iedere kolom bestaat uit 3 rastereenheden horizontaal en 15 eenheden verticaal. Een raster heeft een rechthoekige vorm. Doordat de raster-schermen ten opzichte van elkaar in de breedte één raster verschuiven, onstaat er een nog grotere dimensionaliteit.
  • rasterDynamiek kent het werk vooral doordat in de rechthoeken inzetten zijn geplaatst van vierkante profielstukken. Hierdoor ontstaat een strak grafisch meetkundig patroon wat in de verte doet denken aan werken van De Stijl. Er is geen speciaal aandachts-centrum, geen hiërarchie in de onderdelen. Op het oog een wetmatig patroon. Maar wie goed kijkt, ziet dat de inzetten onregelmatig zijn aangebracht. Sommige rechthoeken zijn leeg, andere hebben het stuk hangend of opstaand en bij weer andere komt het van de zijkant het vierkant in. Alle inzetten houden op in de rechthoekige ruimte – lopen dus niet door van zijde tot zijde – en vormen daardoor zwevende elementen. Een ritmisch transparent patroon.
  • De rasterschermen en inzetten zijn orthogonaal. Dat wil zeggen dat twee objecten ten op zichte van elkaar een rechte hoek vormen ofwel loodrecht op elkaar staan. En profile zie je goed hoe de profielen ten opzichte van elkaar geschakeld staan. Twee aan twee, in een haakse hoek met elkaar verbonden door dwarsprofielen. Hierdoor komt er beweging en diepte in het werk. Deze diepte versterkt de ruimtelijke werking, is ruimtebevorderend.
  • Door het scharen van de schermen kan het werk als het ware tot in het oneindige doorgroeien. Met relatief eenvoudige middelen is een ontwerpsysteem gecreëerd binnen een mathematische structuur met oneindige uitbreidingsmogelijkheden. Een modulair systeem.
  • Doordat de verspringing beperkt is – de diepte is iets meer dan een tiende van de hoogte – oogt het werk op het eerste gezicht als éénlagig. Relatief ondiep wordt het bijna een soort van hoog ruimtelijk relief. Doordat de dwarsverbindingen zich pas op hoogte doorzetten, ontstaat er wel een soort van doorgang tussen de geschakelde delen.
  • Het geheel speelt met de stand van de zon op de grond een eigen lijnenspel. Een tweede dimensie ontstaat door haar slagschaduw op het omringende terrein, dat bestraat is met bakstenen in een visgraatmotief. Door de dag heen verandert dit lijnenspel voortdurend. Zo ontstaat een ruimtelijke tekening vertikaal omhoog en horizontaal op het bestraatte deel van 30 x 30 m tussen twee grasstroken in. Afhankelijk van de hoek waar je staat mengen de lijnen zich tot een eigen nieuw patroon.
  • NaamloosOnderin ieder deel is een kleine verhoging aangebracht, met een ronde uitsparing, waar onder een afgedekte glasplaat centraal een lichtbron is geplaatst. Deze belicht het werk van onderaf , zodat er ook ‘s avonds een lijnenspel is.
  • Waarom staat het werk ogenschijnlijk zo dicht aan de weg? Bij een bepaalde stand van de zon valt de schaduw op de passerende auto’s. Het cortenstaal absorbeert licht, weerspiegelt het niet. Het is de slagschauw die hier een cruciale rol spelt. De slagschaduw benadrukt nadrukkelijk de ruimte en vestigt de aandacht op datgene waar de schaduw op valt. Op die manier betrekt het voorbijgangers ín het kunstwerk. Ze rijden als het ware naar het kunstwerk toe en laten het vervolgens weer achter zich. Ze rijden op dat moment door de poort Veldhoven binnen. Wat het werk op haar manier persoonlijk maakt.
Kunst op straat Brabant