David V- stijl & inhoud

De relatie met de ruimte is de toetssteen voor een beeldhouwwerk in de publieke ruimte. In voortdurend wisselend licht en de voortdurende nabijheid van andere dingen en andere mensen zal het zich moeten handhaven.

Hoe krijgt David Vandekop dit voor elkaar?

David bestudeert de culturele elementen in het landschap en de bouwsels van mensen die aan de locatie een specifieke betekenis geven. Daarbij zoekt hij zijn trefwoorden: anders, kleurrijk, dynamisch en krachtig.
Hij vangt het landschappelijke in zijn klei en brengt het landschap zo in het hart van de stad. Een monumentaal beeld van natuurlijke materiaal, gekneed en doorleefd tijdens het wordingsproces. Materiaal met een kloppend hart. Het geheel krijgt hierdoor een emotionele lading in contrast met de zakelijke omgeving. Met zijn materiaalkeuze haakt Vandekop bovendien in op veranderende opkomende bewegingen in de maatschappij: ‘New-Age’, kosmisch denken, gevoelswaarden. Voor hem uit zich dit in een nieuwe aardsheid. Net als de Oude Grieken vertaalt hij zijn natuurervaring in mythologische figuren.

Ook in het beeld zelf gebeurt iets !

Zonder Titel - model - David Vandekop

Zonder Titel – model – David Vandekop

Opvallend aan het kunstwerk zijn de dierfiguren – witte panters – die een grote blauwe keramieken schijf torsen. Hij ontleent deze aan panters die in mythische verhalen de wagen van de God Dionysos voorttrekken. Dionysos, de aardse, de overdadige en genotzuchtige. Een cirkel heeft vaak sacrale = heilige / gewijde waarde. Voor Vandekop symboliseert de grote ronde schijf de ‘Kracht van de Geest, van de Macht en van de Vruchtbaarheid’.

Met haar bijna 7 m hoogte en een omvang van 2 x 3 m een imposant beeld. Zeker omdat het ook nog eens bovenop een wal is geplaatst. Nog een inspiratiebron: de religie van primitieve volksstammen, de voorhistorische grafheuvels en de brandstapels voor lijkverbranding in India… Het beeld straalt inderdaad kracht uit, ook los van deze mythologische insteek. Aanleiding om mythische beelden te maken is een fragment uit het verhaal van Terborgh’s ‘Odysseus laatste tocht’. Sindsdien giet hij emotie in een symboolvorm. Revival van symbool en vertelling in de kunst.

Rudi Fuchs over het werk Vandekop:

“David Vandekop ontwikkelt zich min of meer constructivistisch naar vormen van een meer organische soort. Vormen die beweeglijker en dramatischer zijn. De gehouwen of gevormde figuur en ook de schilderachtige kleur winnen terrein als tegenhanger van de Minimal Art. In deze nieuwe omstandigheid heeft Vandekop een romantische trek in zijn karakter kunnen terugvinden. Een nieuw perspectief gaf hem meer ruimte voor zijn eigenlijke talent: en zo zijn die nieuwe werken ontstaan, inventief, onafhankelijk, degelijk, maar ook zwierig”.

In zijn werk verbindt Vandekop werkelijkheid en illusie, het tastbare en het gesuggereerde tot één ervaring. Het beeld staat op zichzelf. Tegelijkertijd geeft hij Veldhoven daarmee een plek waar de aarde en het goddelijke elkaar raken. Dat past wel bij de eigenschap van mensen om een plek met een bijzondere lading te willen hebben. Een Teken, duidend op waarden die in het menselijk bestaan altijd een rol hebben gespeeld.

Uit de klei getrokken, ijzersterk en steengoed!
Vandekop is fan van Richard Long, die zich net als hem één voelt met het landschap. Ook Long werkt met materialen uit het landschap – stukken steen en hout – die hij rangschikt tot patronen en daarmee een tegenstelling vormen: cultuur versus natuur. Net als Long intrigeren de ingrepen van de mens in de natuur Vandekop, al vindt hij Long’s LandArt te beperkt. PS. Het werk van Vandekop is géén LandArt. Bovendien vindt Vandekop dat meer een vorm van ‘kunst projecteren’. Zijn reis naar India brengt hem bij het pottenbakken waar hij de klei ontdekt. Zacht – hard. De tegenstelling raakt hem. Oerproduct van Zeeland. Hij gooit letterlijk de lucht uit de klei en werkt met massieve stukken. Hij versnijdt zijn werken tot formaten die in de oven passen. Goed te zien aan de figuren wanneer je ze bekijkt. In het werk in Veldhoven speelt hij in op de natuurlijke krimpscheuren. Kernachtigheid: de grove kleurvlakken gaan een ruimtelijk onderling spel aan.

Fan van
Rodin is zijn grote inspirator als hij stelt dat mens en natuur van dezelfde natuurlijke orde zijn. Ook Rembrandt en Ingres bestudeert hij in die zin. Daarnaast Lehmbruck, Rimmer, Marini, Rosso en Manzù. Allen met een karakteristiek materiaalgebruik dat hun opvattingen toont in (niet)massa, volume en textuur. Zo laat Vandekop zijn eerdere stijl van werken achter zich. Werken die sterk onder invloed staan van de Poolse Blok-groep, verwant aan het Russische Constructivisme. Monumentale werken in een streng ritme, opgebouwd uit composities van ijzer. Met buizen verbonden vierkante en rechthoekige platen.

Van ijzerplastiek naar keramiek.

Van constructivistisch associatief abstract, naar constructivistisch organisch expressief. Van de relatie van mens en natuur, naar mens en omgeving. Van ruimte-herstructurering, naar plek-aanduiding. Van relatiesculptuur naar ruimtelijke situatie. Van kleurloos naar kleurrijk. Zijn denkproces begint bij de herinnering. Laat hij voeden door het mytisch verleden van culturen. Daaruit kiest hij het thema passend bij de herinnering. Het verhaal is niet echt de impuls, geen directe verwijzing meer, geen metafoor voor een begrip of idee. Eerder aanleiding. Fantomen van eigenschappen, afgesleten door de tand des tijds. Aangevers voor wat hij zelf wil.

 

Kunst op straat Brabant