Nic Jonk- vorm & materiaal

Uit een massa bouwt Nic Jonk zijn beelden op, waarbij het grote volume opvalt zonder log of plomp te zijn. Kenmerkend is zijn gevoeligheid voor partijen die het licht vangen naast schaduwpartijen. Zijn beelden hebben nagenoeg altijd holten. De holte in het beeld is de negatieve vorm. Een spel tussen openheid en geslotenheid, op een horizontale of verticale basis. In Veldhoven duidelijk verticaal. Geen onduidelijkheid, ook al is het werk abstract. Intens levende figuren, benoemt in materie: brons. Samenballing van de vorm, die steeds in zichzelf terugkeert. Ingewikkeld met elkaar verstrengelde vormen. Aan alle kanten dijt het werk uit en komt tegelijkertijd centraal in het beeld terug.
Hij interpreteer het beeld dat hij heeft over een mooie vrouw, mooi van binnen en van buiten. Hij toont zijn beeld op het leven. Zoals hij ruimte zoekt in zichzelf, zo krijgen ook zijn beelden ruimte. Lijnen naar binnen en naar buiten, spanning die zich verbindt als getwiste kabels. Inzetten en uitzetten. Het beeld ademt. Maar altijd zonder gezicht. En altijd met twee of meer. En anders ook op één been, wat minder figuratief is.

Te dik, te kort, teveel van het goede?

Jonk componeert, zoekt, tast. De kijker ook. Binnen-buiten, open-dicht, beweging- stilstand, lichtvanging-beschaduwing, abstractie-zintuiglijkheid, bol-hol, gespannen-rust. De verhoudingen in zijn beeld komen niet met de werkelijkheid overeen. De benen te kort, de dijen te dik en die rug kan zo ook echt niet. Hij laat bepaalde verhoudingen verschuiven. Laat elementen weg en zegt daarmee krachtig wat hij ziet. Zoals een schrijver zoekt naar woorden, zo zoekt Jonk naar zijn beeldtaal totdat hij het gevoel heeft: het klopt. Vakmanschap.

Eigenzinnige onzekerheid, eigen aan de kunstenaar?

Voor Jonk raakt dat ook een onzekerheid over zijn betrekkelijke korte schooltijd (één jaar ULO). Via zijn docentschappen bevestigt hij ook voor zichzelf zijn deskundigheid. Hij heeft een vrij ‘anti-academisch’ standpunt. Wars van vastomlijnde aanpakken in die tijd. “Ik probeer zo goed als ik kan het plantje van water en voedsel te voorzien, zodat het groeit naar de eigen aard en conditie daarvan. Ik kijk daarbij naar talent én vooral ook karaktereigenschappen. Want een mens kun je niet zoveel veranderen”. 
Soms verlangt Jonk terug naar de tijd dat leerlingen nog in de leer gaan bij de kunstenaar op zijn atelier. Een visie die nu ook weer steeds meer aanhang krijgt. Nog iets waar hij erg aan hecht is het openstaan voor de wereld om je heen, deelnemen aan de maatschappij. Veel contacten, veel belangstelling voor van alles en nog wat. “Jezelf zijn, ook al valt dat vaak niet mee. Vormen moeten bij jezelf passen. Anders roof je jezelf leeg.”

Op de tast, je kunt er bijna niet vanaf blijven

Zoals gezegd werkt hij zijn beelden op vanuit kleine wasmodellen. Een model met ronde, golvende vormen. Prettig in de hand liggend. Die ‘handtastelijkheid’ weet hij ook vast te houden in het grote beeld. Hij brengt de warmte van het kleine over naar het grote. Het licht kaatsebalt met de bronzen vorm. Hij bouwt zijn vorm zo op dat er een ordening van licht in en op het beeld komt. Het brons is koel, maar oogt warm. Voorzien van een bijzonder patina, een gladde giethuid. Zacht gepolijst. Het materiaal wordt er rijker door. Stiekem zal ook in Veldhoven de beschouwer de lijnen wel eens met de hand hebben gevolgd. Het is dat het beeld op een hoge sokkel staat, anders zouden kinderen er vast niet vanaf kunnen blijven… Optimistische beelden. Harmonieus, zuiver, puur. Geen scherpe kantjes. De rondingen en golven staan voor vuur, water, wolken. Fundamentele ordeningen die overal voorkomen, universeel zijn. Stevige beelden, niets zwevends aan, aards, respectvol naar het leven. Een lonken naar Maillol, Matisse, Renoir en Rubens. In Renoir bewondert hij de zinnelijkheid, het boerenwezen van de mens. Hij ontleent vormkarakter ook aan Laurens, Arp en Lipchitz.

  • Baadsters, Muse d'Orsy Parijs, Renoir
  • Peter Paul Rubens, MET NY, 197,5 x 242,5, olieverf op doek, Venus en Adonis.
  • Tiare, brons, Matisse, 20 cm, Musée Matisse, Nice

“Iedereen wil worden geaaid. Er wordt veel te weinig geaaid”.

Overdrijvende wolken, kolkend water

Het beeld Sirene zet geen grote mond op. Het staat bescheiden op een hardstenen sokkel. De vorm van de sokkel is een rechthoek, die je als vorm mee leidt langs de weg. Bovendien staan op de achtergrond bomen en door de opwaartse vorm van sokkel en beeld, neemt het geheel de lijnen van de bomen over. Water, lucht, wind en daglicht vormen een sluitende kringloop met de natuur zelf. Alsof ze zo uit de zee omhoog komt, glanzend van gezondheid.

Kunst op straat Brabant