Nic Jonk-stijl & inhoud

Nic Jonk is een voorloper. Want in 1988 adopteert Nashua Nederland al een werk van hem. Voor zes ton voor drie jaar. Een unicum. Een nieuwe vorm van kunstsponsoring! Niet een tentoonstelling-manifestatie-of concert wordt gesponsord. Nee, de kunstenaar zelf! Hier wordt door de kunstwereld met argwaan naar gekeken. Dat is toch bijna als je ziel en zaligheid verkopen aan de duivel?

P1090328Liaison met bedrijfsleven

Het bedrijfsleven, voor de kunstwereld dan nog een vies woord. Ja, Jonk beseft het al vroeg. Talent is mooi, maar daarmee alleen kom je niet ver. Je moet wel, nu de subsidieregelingen zoals BKR worden beëindigd. “Als kunstenaar moet je het zelf weten te redden. Wanneer je gaat zitten wachten tot het publiek je heeft gevonden, heb je twee mensenlevens nodig. Ik realiseer het me nu eigenlijk pas. Als kunstenaar heb je het bedrijfsleven iets te zeggen”.  Jonk is ook een van de eersten die een beeldentuin in eigen beheer heeft, al vanaf 1965. Doorzettingsvermogen van de kunstenaar en durf en visie van het bedrijf, Jonk ondervindt er een werkbare combinatie in. Hij blijkt een vooruitziende blik te hebben door aan te voelen dat het bedrijfsleven kunst ziet als een middel om het eigen imago luister bij te zetten. Tegenwoordig veel gewoner. Wie kent niet de AKO-literatuurprijs, het Holland Festival ?

In 1987 sponsort het bedrijfsleven voor 70 miljoen gulden, een tiende van de sponsoring op dat moment door de overheid. Je zou ook kunnen zeggen dat Nic Jonk opkomt voor zijn werk. Als kunstenaar moet je hard werken en het is belangrijk dat mensen iets voor dat werk over hebben.P1090326

 

 

 

 

 

 

Ieder land zijn eigen maat

De beelden van Jonk zijn fors, stevig, energiek, uitdagend, voluptueus. Toch begint hij met krabbels, minibeelden uit was, waarin hij alleen de grote vormen uitwerkt. Hij maakt dan een gipsmodel, wat volgt door een groter model in klei. Nic over zijn werk: “Ik werk redelijk exact. Op een gegeven moment weet je dat wanneer je aan de ene kant een duw geeft er aan de andere kant een bult ontstaat. Ja en moeder en kindjes. Ik ben zo. Ik geloof ook dat ik wezenlijk primitief ben. Dat is mijn kracht”. Hij zet zijn kleiwerk niet weg onder een natte doek, maar laat hem langzaam hard worden, zodat hij meer weerstand ervaart. Hij giet zijn gips zelf, last zelf zijn armaturen, maar brons gieten laat hij aan de vakman over. Voor de Verenigde Staten leert hij groot werken. Anders zijn de beelden daar veels te klein. Hij werkt dus in Nederlandse afmetingen en in een buitenlandse maat. Zijn werk is te zien op de Biënnale van Carrara (1962) en Salzburg (1964).

“Je als kunstenaar aanpassen is op zich geen zonde, als je er maar voor zorgt dat je jezelf blijft, dat je niet ineenschrompelt. Dat je kwaliteit levert en dat je je doel bereikt. Mijn doel is beelden maken. En die beeldentuin die hoort mijn imago. Ook een kunstenaar hecht aan zijn imago”. Zo zakelijk is Jonk nu ook weer niet als hij toegeeft: “Als ik een grote opdracht kan krijgen neem ik die aan, ook al moet er achteraf geld bij. Je maakt een steengoed ontwerp, legt jezelf helemaal in het beeld en dan blijkt alles veel te duur…”  Nic Jonk is iemand met duidelijke denkbeelden. Zoals ook zijn beelden expressief en resoluut zijn.

Sirene, what’s in the name?

sirene musee des beaux arts de NiceMythologie, De Bijbel en Emperie (waarneming en beleving van de eigen leefwereld). Dat zijn zijn bouwstenen. De titel van het Veldhovense beeld is Sirenen. Sirenen zijn halfgodinnen uit de Griekse Mythologie met het lichaam van een vogel en het hoofd van een vrouw. Daarin verandert door Demeter, omdat ze de ontvoering van Persephone niet hebben voorkomen. Met verleidelijke zang lokken ze diegenen die hun eiland passeren naar zich toe. Wanneer ze te pletter slaan tegen de rotsen, zuigen de Sirenen hun levenskracht op. Orpheus weet dit lot de Argonauten te besparen door de zang van de Sirenen te overstemmen. Odysseus bindt zichzelf aan de mast en stopt was in de oren van zijn bemanning, zodat ook zij de verleiding weten te doorstaan. Zijn doortocht ontneemt de verleidelijke vrouwen hun krachten en ze veranderen in rotsblokken. Parthenope, een van de bekendste Sirenen belandt in zee, verdrinkt en spoelt aan in Napels. Grondlegster van de stad…
Het beeld dat hij als leerling maakt onder Piet Esser bepaalt zijn beeldlijn /oeuvre: Nereïde en Triton.

Oerend zacht

Het gaat hem niet om de mythe. Hij kent ze ook niet zo goed. Hij verbeeldt niet ‘die en die’. Wat wel klopt, want zulke liefdevolle wezens zijn die Sirenen niet. Hij laat zich er wel door inspireren. De literatuur geeft hem ideeën voor figuren. Een wereld waar mens en (zee)dier elkaar ontmoeten. De aanraking met ‘oer’. Maar hij maakt het lieflijker, minder cru. Hij is eerst zeker van de vorm en door het lezen voelt hij bevestiging. Beide zijn even noodzakelijk voor hem. Een aparte mix van eigentijdsheid en trouw aan traditie. Zijn werken lijken gemakkelijk, omdat je de subtiliteiten makkelijk over het hoofd ziet. Zijn werken zijn niet puur abstract, niet puur gedeformeerd, geen zuiver realisme. Om objectiever en meer vervreemd te kunnen kijken gebruikt hij een ‘omgekeerde verrekijker’ en spiegels. Zijn beelden zijn niet in één oogopslag te overzien en aan alle kanten anders.

Opdrachten

Kunst op straat Brabant