Polychromie-stijl & inhoud
Nieuwe Beelding (De Stijl)

Nieuwe Beelding (De Stijl)

Uit de losse pols

Piet Dirkx zijn stijl is vrij abstract. In de verte (visueel) verwant aan De Stijl en het Neo-Plasticisme. In de zin van een samenspel van ruimte, vlak, lijn en kleur als de beeldingsmiddelen in de schilderkunst. In het binden van architectuur & schilderkunst. Het platte vlak op de architect ‘her’overen. Dat is in Veldhoven sec genomen wel aan de hand. Piet gaat daar echter juist niet rationeel mee om en laat zijn oor niet hangen naar de regels en betekenissen. “Zonder plan maar met systeem” luidt Piet’s credo. Hij werkt min of meer vanuit een ‘stream of consciousness’. Een open, niet duidelijk gestructureerde manier van werken. Een bijna huiselijk aandoende stijl, zoals je in een keuken kunt aantreffen aan ‘uitstallingen’ binnen ‘handbereik’.

Voor altijd vluchtig

Piet fotogPiet-Dirkx-Colloquium-2008-2013-21x14cm-Aantekeningen-colloquium-rafeert. Voor hem is dat een manier om zijn werk te gaan ZIEN. Een registratie van het licht. Hij legt iets vast wat nooit meer zo zal zijn. Eenmalig en blijvend tegelijk. Hij plaats de kiekjes overal om hem heen en zo worden ze onderdeel van zijn werkwijze. Piet houdt zich vooral bezig met DOEN. Het toeval is een bewuste waarneming waaraan een keuze is verbonden. Een ding kan op de ene plek wel werken en op een andere niet. Ter plekke past hij zijn kleurkeuzes desgewenst aan. Een zoeken naar verhoudingen van kleur, ruimte en vorm. De vraag naar de verhouding tussen de delen en het geheel. In de ruimte creëert hij met zijn kleuren een atmosfeer.
De kleurentheorie interesseert hem minder dan de kleurenpraktijk. Kijken en nadenken over kleuren heeft een grote plaats in zijn werk. Hij heeft altijd een schetsboekje op zak. Hierin tekent hij de kleuren die hem gevoelsmatig treffen op; al dan niet in woorden. Verzamelplaats van zijn gedachten. Een soort van grondverf voor zijn echte werk. Zijn dagboeken visualiseren zijn ervaringen.

Skyline x licht x weerstand kleuren x tijd x materiaal

De wereld zelf is zijn laboratorium. Kleur is geen autonoom gegeven. Kleur is afhankelijk van de kleuren eromheen en van de omgeving waarin ze zich voordoen. Een kleur ondergaat altijd de invloed van zijn omgeving en de invloed van de ene op de andere kleur is daarbinnen niet uit te schakelen! “Kleur is wel individueel te benoemen, maar niet individueel te beoordelen…”

Eigenlijk is de gevel van Atalanta  één grote illusie! Piet maakt dan ook dankbaar gebruik van het fenomeen simultaan contrast. Dat wil zeggen dat kleuren graag hun complementairen oproepen. Dat gaat automatisch, is iets fysieks. Het treedt meteen op bij het kijken en we zijn ons er meestal niet eens van bewust. Piet is een meester in het jongleren met licht, kleuren en contrasten. Hij tast de onderlinge wisselwerking van de kleuren voortdurend af. Elke kleur blijft zelfstandig van belang, maar wordt onderdeel van het geheel. Kleuren moeten elkaar ondersteunen, ‘als zusters’, zonder woorden nodig te hebben. Iedere kleur is als het ware een woord, met elkaar vormen zij een taal.

Hij gaat volgens zijn leermeesters te werk: eerst een punt bepalen links en dan rechts, dan boven en onder en ten slotte een midden. Zonder die punten geen voorstelling! Bewegingsvrijheid ontstaat voor hem binnen deze ruimte. In zijn latere werken voegt hij enkele figuratieve elementen toe, zoals ook hier aan de sporthal de keramische vormen.

Polar White, Sweet Corn, Sunflower

Je verwacht niet dat hij van 1980-1982 alleen in zwart schildert! Geen eindfase van zijn oeuvre, eerder een begin. Kleur wordt zijn handelsmerk. Het werken met kant-en-klare verf bevalt hem niet en hij experimenteert met verfsoorten, bindmiddelen en pigmenten. Dan vindt hij zijn ding: pigment aanmaken in gesmolten was. Encaustic heet dat, al bekend van de oude Egyptische kunst. Dat betekent dat je snel moet werken, in één serie handelingen, want de was koelt snel af. Daarom zijn zijn werken ook vaak monochroom (in één kleurstelling) en zie je duidelijk afleesbare borstelstreken. Dit vormt de factuur van zijn werk, zoals in een schilderij. Een ander kenmerk is dat zijn kleuren vaak begrenst zijn; de zijkanten van een doosje blijven bijvoorbeeld blank. ‘Het moet een vlak blijven, zodat de kleur in gedachten kan blijven doorlopen’. In zekere zin gaat dat ook op voor de sporthal. De kleuren en de vorm heel basic, wat nog wel eens de uiting oproept van: “Dat kunnen wij ook”.

Zijn kleuren hebben geen symboolwaarde, geen betekenis. Misschien een spirituele toets: wat speelt er in de zeldzame wereld van de kleuren wat ons ontgaat, omdat ons verstand het eenvoudig niet kan bevatten? Hij legt een gloed, een glans over alles wat kleurloos is. Het asfalt, de omtrek van het gebouw. Het gaat hem puur om het genieten van de kleurenpracht. Een beeld roept een stroom van indrukken, snelle gedachtewisselingen en gevoelsveranderingen op. De ervaring van de kijker is sterk verbonden met het oog, het visuele. De beleving is sterk afhankelijk van: het karakter van de beschouwer, van de omstandigheden én de tijd die iemand neemt om de ervaring op te doen. Het beeld zelf is betekenisloos, een gewone ‘verschijningsvorm’, tótdat het een brug slaat naar de vraag: “Wat zou dat toch zijn? “
Centrale thematiek: ” Welke gevoelens en ideeën kunnen kleur, ruimte en vorm in de mens losmaken en in hoeverre kunnen we leren in beelden te denken? “

Opdrachten

Kunst op straat Brabant